Enkele voorbeelden

Karin is 32 jaar en wil scheiden van Peter. Peters inkomen bedraagt € 80.000 per jaar. Karin heeft de afgelopen 5 jaar geen eigen inkomen gehad. Zij heeft wel een spaarrekening van € 8000,-.

Karin komt in aanmerking voor een toevoeging (subsidie), aangezien zij in het peiljaar (2 jaar geleden) geen eigen inkomen heeft gehad en zij geen groter eigen vermogen bezit dan het vrijgesteld vermogen van € 21.139,-. Peter komt niet in aanmerking voor de toevoeging en betaalt de helft van het uurtarief.

Marjolein en haar man Klaas gaan uit elkaar. Klaas verdient bruto € 24.000 per jaar, Marjolein € 18.000,-. Marjolein en Klaas komen beiden in aanmerking voor een toevoeging (subsidie). Marjolein betaalt de eenmalige eigen bijdrage van € 53,-, en eenmalige griffiekosten van € 39,-. Klaas betaalt de eenmalige eigen bijdrage van € 105,- en eenmalige griffiekosten van € 39,-. Het gehele echtscheidingstraject kost het stel € 236,-.